architectenweb.nl - de grootste architectuursite van Nederland
Hollands classicisme
Nederland was in de gouden eeuw het politieke en economische machtscentrum van Europa. De periode wordt in architectonisch opzicht gekenmerkt door twee stromingen, te weten de Hollandse renaissance en het latere Hollands classicisme. In de renaissancestijl werden de vormen en ordeningsprincipes uit het klassieke Rome overdadig geherintroduceerd. Na 1625 maakte de renaissancestijl plaats voor het Hollands classicisme, een stijl die met haar ingetogenheid en afstandelijkheid beter aansloot bij de nieuwe deftiger levensstijl van de heersende elite van de Republiek der Nederlanden. Het Hollands classicisme kende haar bloeiperiode tussen 1640 en 1665.

kenmerken

Bij het Hollands classicisme diende de vormentaal uit de klassieke oudheid zo goed mogelijk toegepast te worden, met de nadruk op een strikte interpretatie van de klassieke bouworden. Het werk van 16e-eeuwse Noord-Italiaanse architecten Andrea Palladio en Vincenzo Scamozzi vormde hierbij een belangrijke inspiratiebron. Typisch Hollandse karakteristieken als het bouwen in baksteen werden vermengd met de klassieke voorschriften. Afmetingen, proporties en wiskundige regelmaat werden steeds meer van belang en klassieke elementen als timpanen, pilasters, ornamenten, kroonlijsten en frontons gingen deel uitmaken van de ontwerpen.

behartigers van het Hollands classicisme
Mauritshuis
Het Mauritshuis in Den Haag

De belangrijkste behartiger van het Hollands classicisme naar Italiaans voorbeeld was Constantijn Huygens, secretaris van de stadhouder en als cultureel adviseur belast met het aantrekken van schilders en architecten. Via Huygens werden Jacob van Campen en Pieter Post aan het hof geďntroduceerd en ontwierpen vervolgens het Mauritshuis voor Johan Maurits en het huis van Huygens, beide in Den Haag. Het bekendste werk werd het nieuwe Stadhuis op de Dam, naar ontwerp van Jacob van Campen. Door de werken van Van Campen en Post raakte het Hollands classicisme door Nederland verspreid en werd toegepast op overheidsgebouwen en handelsgebouwen zoals pakhuizen, waaggebouwen en beurgebouwen.

Vingboons
Al spoedig raakte ook de burgerij in de greep van de nieuwe stijl en werden ook woonhuizen aangepast aan het deftige classicisme.  De belangrijkste woonhuisarchitect in Amsterdam was Philips Vingboons, een leerling van Jacob van Campen. Zijn toepassing van de klassieke pilasterorde op het smalle Amsterdamse woonhuis leidde tot de ontwikkeling van de halsgevel en zelfs de zogenoemde Vingboonsgevel. De stijl van Jacob van Campen en Philips Vingboons werd in Amsterdam op grote schaal nagevolgd en werd ook bekend als het zogeheten aannemers-classicisme.

verval
Na de bloeitijd in de 17e eeuw raakte de Republiek economisch en cultureel in verval. Het einde van de gouden eeuw betekende tevens het einde voor de  het Hollands classicisme.


COLOFON  
bronnen P. Groenendijk, De Nederlandse architectuur in een notendop, Amsterdam, 2005.
E.J. Haslinghuis en H. Janse, Bouwkundige termen. Verklarend woordenboek van de westerse architectuur- en bouwhistorie, Leiden, 2005.
K. Kleijn, J. Smits en C. Thunnissen, Nederlandse bouwkunst. Een geschiedenis van tien eeuwen architectuur, Alphen aan de Rijn, 2004.
M. Stokroos, Alles wat je altijd al wilde weten over monumenten en bouwstijlen, Bussum, 2006.
auteur  Esther van Velden
wwwpagina architectenweb.nl/ap1559


print   delen


Hoofdsponsors Architectenweb: (overzicht alle sponsors)
Copyright Architectenweb BV © 2001-2010