
|
Alexander Bodon
De in 1906 in Wenen geboren Hongaar Alexander Bodon is bekend als de architect van de RAI in Amsterdam. Hij heeft echter veel meer gebouwen op zijn naam staan, allen gebouwd volgens de principes van het (naoorlogse) modernisme.
leermeesters Bodon had zowel met zijn vader als met zijn moeder een afstandelijke relatie. Zijn vader was binnenhuisarchitect en meubelontwerper en was van mening dat zijn zoon het ambacht diende te leren. Alexander ging in de leer bij een meubelmaker en een stoffeerder waarna hij in 1924 begon aan een tweejarige studie aan de kunstnijverheidsschool van Boedapest. Zijn vader heeft echter veel minder invloed op hem uitgeoefend dat zijn twee echte leermeesters: de pedagoog Kaesz en de dichter en journalist Olcsvay. Zij lieten Bodon kennismaken met nieuwe denkwijzen en stromingen in de kunst en de architectuur. Hongarije en Nederland In 1929 vestigde Bodon zich in Nederland. Hij had tijdens zijn studie al voor Jan Wils gewerkt, waardoor hij waarschijnlijk een dubbelzinnige verhouding met Hongarije kreeg; hij verzette zich tegen nationalistische, sentimentele karakter van het Hongaarse temperament en wilde niets te maken hebben met de nationalistische gevoelens die tekenen van het fascisme vertoonden. Daar staat tegenover dat zijn Hongaarse achtergrond heeft bijgedragen aan Bodons voorliefde voor kleur in de architectuur. voor de Tweede Wereldoorlog Opvallend aan het werk van Bodon is dat hij geen echte schetsen maakte, maar slordige krabbels die bijna altijd twee elementaire zaken toonden: het uitzicht en de noordpijl die verwees naar de zoninval. Het beurscomplex RAI is een goed voorbeeld van de belangrijke rol van lichtinval in de ontwerpen van Bodon. In het jaar dat hij in Nederland kwam trad Bodon in dienst van Buijs en Lürsen. In 1932 sloot hij zich aan bij architectenvereniging De 8, het jaar dat jaar hij eveneens zijn eerste zelfstandige ontwerp realiseerde: de verbouwing van boekhandel Schröder & Dupont aan de Keizersgracht in Amsterdam. Later werd dit pand met behoud van de ingrepen van Bodon een galerie. continuïteit na de oorlog Pas na de Tweede Wereldoorlog werd Bodon zelfstandig architect, nadat hij van 1934 tot '39 voor Merkelbach en Karsten had gewerkt. Bodon hield na de oorlog vast aan zijn overtuigingen, waar menig ander architect van zijn generatie van gedachten veranderde. Van het begin tot het einde van zijn carrière heeft hij zich verbonden gevoeld met het Nieuwe Bouwen. In 1951 kreeg hij de opdracht die zijn loopbaan een stimulans gaf: het ontwerp voor de Europahal van beurscomplex RAI in Amsterdam. Hij ontwierp een enorme open ruimte, overspannen met een gebogen dak. Het geldt nog altijd als het meest spectaculaire onderdeel van de RAI. Alle gebouwen van de RAI werden overigens onder supervisie van Bodon ontworpen, over een tijdspanne van bijna veertig jaar (1951-1989). Tot de vele andere werken die hij ontwierp behoren het opleidingscentrum van Hoogovens in Velsen (1966), woningbouw aan het Confuciusplein (1958) in Amsterdam, restaurant 'Halvemaan' (1988) in Amsterdam Buitenveldert en een uitbreiding van Museum Boijmans van Beuningen (1990) in Rotterdam. Hoogtepunt in het laatstgenoemde werk is de open tentoonstellingsruimte op de bovenste verdieping. Alexander Boon overleed in 1993 in Amsterdam, de stad waar zijn carrière begon en hij zijn omvangrijkste werk realiseerde.
|
||||||||||
|
Hoofdsponsors Architectenweb: (overzicht alle sponsors)
Copyright Architectenweb BV © 2001-2010
|
||||||||||