home nieuws binnenland Verkiezingen: Bart Vink (D66)

Verkiezingen: Bart Vink (D66)


4-9-2012 - 15:24
In aanloop naar de Tweede Kamerverkiezingen publiceert Architectenweb komende week vijf interviews met kandidaat-Kamerleden. Vandaag: Bart Vink (D66)

Tekst Ronnie Weessies en Michiel van Raaij

Uw collega van de SP Paulus Jansen constateerde dat ruimte landelijk gezien niet echt een issue is, ook niet in het debat. Lokaal speelt het daarentegen wel een belangrijke rol. Hoort dit onderwerp op landelijk niveau geen plek te hebben? 

"Er zijn een hoop zaken die wel op nationaal niveau thuishoren. Bij problemen als leegstand van bedrijventerreinen en kantoren, krimp en een niet-functionerende woningmarkt is regie van bovenaf nodig. Een mooi voorbeeld is ook de kwestie windenergie en ruimte. Hier gaat het om een nationale opgave, die we op lokaal niveau niet kunnen oplossen, omdat niemand een windmolen in zijn tuin wil. Die spanning, tussen het nationaal belang enerzijds en de lokale gevolgen anderzijds, maakt dat het politiek wordt."

"De afgelopen jaren zijn er onderwerpen geweest die politiek meer aandacht hebben gevraagd. Het kabinet heeft alles wat een linkse klank heeft, zoals achterstandswijken en ruimtelijke ordening, van de agenda gehaald. Dat heeft het om te beginnen gedaan door het Ministerie van VROM op te heffen. Hierdoor is er geen vaste Kamercommissie meer voor ruimtelijke ordening en wordt het moeilijker om er politieke aandacht voor te krijgen in Den Haag."

"Ik constateer, anders dan Paulus Jansen, wel een tegenbeweging. Bij de afgelopen keren dat ik meeschreef aan het D66-verkiezingsprogramma, in 2006 en 2010, is het me niet gelukt er een aparte hoofdstuk ‘ruimte’ in te krijgen. Nu wel. Dat komt omdat er inmiddels steeds meer onderwerpen zijn waarvan we doorhebben dat ze een ruimtelijke impact hebben, en dat we daarbij op rijksniveau keuzes moeten maken. Dit besef beperkt zich niet alleen tot D66."

Moet het Ministerie van VROM in ere hersteld worden?

"Nee, dan ga je terug naar af, maar als je bedoelt dat er één ministerie voor ruimte zou moeten zijn, zeg ik ja. Ruimtelijke ordening heeft twee positieve drivers: infrastructuur en woningbouw. Die elementen genereren een enorme dynamiek. De negatieve consequenties ervan slaan terug op de natuur en het landschap. Samen met water horen al deze componenten wat mij betreft in één ministerie, dat voor de fysieke leefomgeving en infrastructuur."

U noemde de kwesties leegstand en krimp. Wat voor rol ligt er bij de aanpak ervan volgens u voor het Rijk weggelegd?

"In beide gevallen gaat het over regelgeving, en dat is iets wat in hoge mate in Den Haag bepaald wordt. Je kunt allerlei regels verzinnen die ervoor zorgen dat wanneer er leegstand is, iemand wel drie keer nadenkt voor hij iets nieuws neerzet. Het zou helpen als we de huidige financieringssystematiek, die is geënt op groei, zouden veranderen. En dat is per definitie een nationale aangelegenheid. Dat geldt ook voor het stellen van eisen wanneer iemand weer een weiland vol wil bouwen."

"Het is niet zo dat ik in Den Haag alles wil regelen en onmogelijk wil maken, maar ik vind wel dat je een aantal waarborgen in moet bouwen, want als je zo’n weiland volbouwt, ben je het kwijt. En ik zie nu op allerlei plekken dat de kwaliteit van Nederland er bepaald niet op vooruit gaat. Ten zuiden van Rotterdam is er bijvoorbeeld veel bijgebouwd en hebben we nu een groot gebied dat vlees noch vis is: geen echte stad en geen echt ‘land’. Het oogt monotoon en verrommeld. Dat is voor niemand aantrekkelijk, ook niet voor onze economie."

"Bij krimp zijn velen geneigd om meteen te roepen dat het een probleem is, net zoals er bij groei het probleem zou zijn dat we meer moeten bouwen. Zo staan wij daar bij D66 niet in. Wij zien het als de dynamiek van de samenleving. Zowel groei als stagnatie brengen opgaven met zich mee, maar je kunt beide situaties als een geweldige kans zien om dingen goed te doen. Ook bij krimp. Als in een bepaalde regio vijf ziekenhuizen zijn en het draagvlak neemt ervoor af, zijn er misschien maar drie nodig. Zeg dan niet dat ze alle vijf in stand gehouden moeten worden, maar zorg ervoor dat er drie overeind blijven die kwaliteit bieden en toegankelijk zijn. Dat geldt bijvoorbeeld ook voor scholen. Het is belangrijker om de kwaliteit en toegankelijkheid in stand te houden dan dat elk dorp per se zijn eigen voorzieningen heeft."

"Een ziekenhuis is een aardig voorbeeld in dit geval, omdat we daar te veel van hebben in Nederland. Nu heeft krimp in de meeste regio’s nog niet toegeslagen, op bekende voorbeelden als Zeeland, Zuid-Limburg en Groningen na uiteraard. Daarom is er nu de kans om te bekijken waar de zorg het best geconcentreerd kan worden. Daarbij is zowel de zorg zelf als de ruimtelijke kwaliteit en dynamiek van een regio van belang. Als je van tevoren niets regelt, krijg je dat een ziekenhuis ad hoc moet sluiten en dat een regio in opstand komt."

Is dit niet iets wat op regionaal of provinciaal niveau georganiseerd moet worden? U noemt de meeste provincies slappe hap, hoe kan op dat niveau het ruimtelijk beleid versterkt worden?

"Twaalf provincies is wat veel voor een klein landje als Nederland. Een opschaling naar vier of vijf landsdelen is echt nodig. Tegelijkertijd moeten de gemeenten zelf groter worden. Er zijn veel middelgrote gemeenten met drie ambtenaren die over ruimtelijke ordening gaan, zonder dat ze er veel verstand van hebben. Wij zeggen: creëer landsdelen, maak gemeenten groter en zorg ervoor dat ze meer middelen en bevoegdheden krijgen."

"Nu is het zo dat het Rijk 94 procent van de Nederlandse belastingen heft. Als je wilt decentraliseren, en daar zijn wij zeer voor, moeten ook de middelen worden gedecentraliseerd. Dan moet je een regio de kans geven een eigen belastinggebied te introduceren. Een gemeente of landsdeel kan op die manier zijn eigen keuzes maken en zich ook niet langer achter Den Haag verschuilen. Dat betekent natuurlijk wel dat je als Rijk minder belasting moet gaan heffen, want het is natuurlijk niet de bedoeling de belastingdruk te verzwaren. Wel kan deze per regio verschillen."

Stel dat D66 de komende jaren een bepalende stem krijgt bij de inrichting van het land. Hoe zou Nederland er dan in 2050 uit zien?

"Ik ben er van overtuigd dat de stad cruciaal is voor de toekomst. Kennis, innovatie en diensten zijn daarbij van vitaal belang. Ik voorzie geweldige steden met een hoog voorzieningenniveau, waar het plezierig is om te komen. Daaromheen, als een contramal, heb je een aantal parken waar je goed kunt recreëren en het fantastisch is om te wandelen. Zo ontstaan er een echte stad en een echt land. En door de grote regionale power zal Eindhoven en omgeving er echt anders uitzien dan Arnhem/Nijmegen of Amsterdam. Zo krijg je een land met veel kwaliteit, maar ook uiteenlopende kwaliteiten. En dat is ook een ontwerpopgave. Nederlandse ontwerpers moeten actief meedoen bij de gebiedsontwikkeling en architecten moeten meehelpen de bouwopgaven vorm te geven."

Gerelateerde artikelen
3-9-2012 20:09:00
Paulus Jansen verricht de aftrap in een reeks interviews in aanloop naar de Tweede Kamerverkiezingen.
3-9-2012 20:02:05
Architectenweb staat deze week in het teken van de aankomende Tweede Kamerverkiezingen.
16-8-2012 10:18:51
De bouw heeft sinds woensdag zijn eigen stemwijzer.
2-8-2012 15:25:12
De BNA heeft de architectuurgerelateerde standpunten van de verschillende politieke partijen op een rij gezet.


Reacties
 

Volg Ons Op
Schrijf u in op onze wekelijkse nieuwsbrief


 
Partners



Volledige site Mobiele site
Volg ons op
Contact
Pedro de Medinalaan 5c 1086 XK Amsterdam +31 (0)20 71 30 600 info@architectenweb.nl
© 2001-2014 Architectenweb BV   voorwaarden | privacy | sitemap