
|
home
project belicht
Opvallend gecamoufleerd
klik hier voor de virtuele tour In eerste instantie valt het nauwelijks op: als een in slaap gevallen reus ligt Sportplaza Mercator op de glooiende grasvelden van het Rembrandtpark. Op het tweede gezicht is het des te spectaculairder: uit de huid en ledematen van de reus groeien planten, struiken en zelfs bomen. Dit ongewone bouwwerk bespeelt de fantasie en de zintuigen van haar bezoekers – je zou er ook een overwoekerde bunker of een groen sculptuur in kunnen zien. Architect Ton Venhoeven heeft met gebruik van materialen en verlichting, perspectief en zichtlijnen, de ruimten zorgvuldig geënsceneerd zodat een bezoek aan dit zwembadencomplex een haast filmische ervaring wordt waarin gebouw en gebruiker afwisselend acteur, toeschouwer en figurant zijn. De setting van deze cinematografische architectuur is het Amsterdamse stadsdeel De Baarsjes. In de jaren 90 is hier begonnen met stadsvernieuwing, waarmee het stadsdeelbestuur een evenwichtiger bevolkingssamenstelling hoopt te creëren en daarmee een sociaal-economische impuls voor de buurt. De ingrepen bestaan uit het renoveren en herstructureren van de bestaande woningvoorraad, het aanvullen van nieuwbouw en het verbeteren van de openbare ruimten en voorzieningen. Naast het in 1998 gerenoveerde Mercatorplein is Sportplaza Mercator een tweede recreatie- en ontmoetingsplek voor de buurt. In 2001 schreef het stadsdeel een prijsvraag uit voor dit nieuwe badencomplex dat het Sportfondsenbad West aan de Cornelis Dirkszstraat en het Jan van Galenbad vervangt.Vanuit de bewoners kwam de wens naar voren het groene karakter van het park aan de Jan van Galenstraat te behouden. Deze wens is door de opdrachtgever in het programma van eisen opgenomen. Ton Venhoeven heeft in zijn winnende ontwerp deze eis letterlijk vertaald door het programma volledig te omhullen met sedumdaken en begroeide gevels. Op strategische plaatsen wordt de façade van planten onderbroken door enorme glazen puien, waardoor je dwars door het gebouw heen kan kijken, zodat ook het interieur onderdeel wordt van de stad - en andersom.
Tussen de vrij gesloten bouwblokken in Amsterdamse School stijl, is het opengewerkte gebouw een des te opvallender verschijning. Ook het concept voor Sportplaza Mercator is fundamenteel anders dan de twee zwembaden die het vervangt: het moderne zwembad, als onderdeel van de huidige vrijetijdscultuur, is een multifunctioneel complex waarin bezoekers kunnen kiezen uit een divers aanbod. Behalve een 50-meterbad waarin je baantjes kan trekken, is er een ‘doelgroepenbad’, een kinderbad, een therapiebad, twee buitenbaden, sauna, fitness, kinderopvang, een feestzaal en een fastfoodrestaurant met drive-inn. De laatstgenoemde voorzieningen dragen niet alleen bij aan het sociale aspect dat het complex voor de buurt vervult, maar moeten ook de exploitatie van het gebouw rendabel maken. Dit concept grijpt in feite terug op de dubbele functie van het oorspronkelijke badhuis uit de klassieke oudheid dat verbonden was aan de sportschool - het gymnasium. In deze gebouwen werd gesport en gewassen, maar ook de sociale en zelfs zakelijke contacten werden er onderhouden. Ton Venhoeven, die afstudeerde op een onderzoek naar badcultuur, liet zich voor zijn ontwerp inspireren door de minder formele privé-badhuizen uit deze tijd. De ontwerpprincipes zijn vergelijkbaar met die van de Engelse Landschapsstijl. Daarin worden de verschillende ruimten losjes aaneengeregen door diagonale assen, meanderende routes en strategisch gepositioneerde paviljoens. Venhoeven heeft het programma op dergelijke wijze in elkaar geschoven en gevouwen. De etalage-achtige gevelopeningen zijn een uitnodiging om het landschap binnen te komen ontdekken. Deze openingen geven het gebouw ook haar sculpturale karakter. De vergelijking van de gevel met een (groene) huid is toepasselijker dan ooit; de gevel is daadwerkelijk opgebouwd als de huid als van een levend organisme, met poriën, kliertjes, tastzintuigen en haartjes. Het skelet onder de huid is een staalconstructie die op een eigen fundering rust. De tweede gevel daarachter vormt de bouwfysische scheiding tussen binnen en buiten. Op de staalconstructie is de ‘groeiwand’ van metaal, kunststof en viltachtige vliezen bevestigd. De planten groeien in een eigen ‘zakje’, een inkeping in het doek. Een beregening- en voedingssysteem is met behulp van druppelleidingen en sensoren, die de benodigde hoeveelheid water en voedsel meten, in de gevel geïntegreerd. In totaal zijn in het landschappelijk ontwerp zo’n 50 plantensoorten verwerkt, die normaal gesproken in bergachtige streken groeien en dus met weinig water en voeding kunnen leven. De gebruikte planten verschillen afhankelijk van de geveloriëntatie. Het oorspronkelijke idee voor deze gevels is van de Franse botanicus Patrick Blanc, die het onder meer toepaste in het Musée du Quai Branly in Parijs (ontwerp Jean Nouvel, 2006). Copijn heeft het idee ontwikkeld tot een systeem voor de Nederlandse markt onder de naam ‘Wonderwall’. Onder de lagen bladeren, stengels en wortels gaat een ‘aardse’ wereld schuil. De associatie met een ondergrondse grot wordt opgeroepen door de vloer, die langs het grote zwembad een meter onder maaiveldniveau is gelegd, maar vooral door de gekozen materialen: graniet, metaal, hout en glas in verschillende grijstinten. De hoofdentree achter de glazen gevel aan de Jan van Galenstraat is een hoge, wit gestucte ruimte. Van hieruit kunnen bezoekers zich makkelijk oriënteren doordat je in alle richtingen zicht hebt op de activiteiten in het gebouw: het zwembad, de fitnessruimte, het kantoor en het kinderdagverblijf . Loopbruggen op de verdiepingsniveaus versterken het dynamische karakter van deze ruimte. Na het passeren van de kassa volgt het omkleedritueel. Vergeleken met de speelse, ruime opzet van de hal en de zwembaden, zijn de kleedruimten tamelijk krap. De compacte ordening van de rijen kleedhokjes lijkt vooral vanuit ruimtebesparende overwegingen tot stand te zijn gekomen. Na het wat benauwde gevoel dat je hier bekruipt, mede door het verlaagde plafond, is de douche een verademing: een weldadige rust daalt over de zwemmer neer in deze granieten ruimte die van boven royaal wordt aangelicht door een opening in het dak. Gewassen en wel betreed je vervolgens een open landschap waarin alle binnenbaden zijn gesitueerd. Alleen het therapiebad dat onder andere voor reumapatiënten is bestemd, kan van deze ruimte afgescheiden worden met behulp van een enorme schuifwand. De fitnessruimten rondom het zwembad, het saunagedeelte op de eerste verdieping, de feestzaal op de tweede verdieping en de verschillende dakterrassen zijn visueel met het zwemgedeelte verbonden door talloze doorkijkjes, die een spel van al dan niet gezien worden op gang brengen.
VenhoevenCS architectenDe constructie doet mee met dit spel: terwijl het merendeel van het benodigde staal en beton is weggewerkt achter dezelfde houten latten die voor het plafond zijn gebruikt, schiet af en toe een spant naar buiten. Ook de installaties zijn verstopt; de machinerie en de waterreservoirs bevinden zich in de kelder. De eveneens in hout uitgevoerde leidingschachten die door het zwembad lopen dragen bij aan het gebeeldhouwde karakter van het interieur. Maar net als bij de begroeide gevel, is niets hier wat het lijkt. Afhankelijk van het licht en het standpunt kun je door het verlaagde metalen plafond de buizen en kokers onder de betonnen vloeren zien hangen. De verlichting van kunstenares Giny Vos geeft het zwembad een mysterieuze, sprookjesachtige sfeer. De kleine lichtpuntjes in het plafond, de uiteinden van glasvezelbuisjes die verbonden zijn met LEDs, worden door een computerprogramma aangestuurd, wat een twinkelend effect oplevert. Dit ingenieuze ontwerp onderstreept niet alleen dat het vinden van de juiste materialen, technieken en bouwkundige details een vak apart is, maar ook dat het voor een architect noodzakelijk is bij een opdrachtgever budgetten vrij te kunnen maken voor dergelijke onderdelen. Het meest geslaagde onderdeel van het project noemt Ton Venhoeven dan ook dat dit fantasievolle plan daadwerkelijk realiteit is geworden. ontwerp: VenhoevenCS Architecten [meer] Ontwerpteam: Ton Venhoeven (projectarchitect), Richèl Lubbers (projectleider), Danny Esselman, Erik de Vries, Jos Willem van Oorschot, Thomas Flotmann, Manfred Wansink, Peterine Arts Bouwoppervlak: 7.100 m2 BVO excl. buitenruimten Oplevering: juni 2006 projectmanagement: Draaijer & Partners bv, Bunnik Adviseur constructie: Pieters Bouwtechniek, Amsterdam Adviseurs W-E-T. installaties: Herman de Groot Project Techniek, Leusden Bouwfysisch advies: Lichtveld Buis en Partners (LBP), Nieuwegein Groengevel en dak: Copijn, Utrecht Landschapsarchitect: Okra, Utrecht Hoofdaannemer: van Wijnen, Heerhugowaard fotograaf: Luuk Kramer tekst: Kirsten Hannema |
|
|
Hoofdsponsors Architectenweb: (overzicht alle sponsors)
Copyright Architectenweb BV © 2001-2010
|
|